Takfier van het multiculturalisme: bijlichting van een politiek correcte ordening.
Onlangs trof ik een bevoogdende oproep van een clubje politiek nagenoeg uitgerangeerde mensen. Frappant vind ik dat uitgerekend de man die zijn hele politieke leven gedragen is en keer op keer te licht bleek, Mohammed Rabbae, prominent aanwezig is op deze lijst. Het betreft een linkse policus die vanaf 1994 probeerde de roman “De Duivelsverzen” van Salman Rushdie verboden te krijgen en daarmee ongewild de verkoopcijfers ervan opstuwde. Ik vraag me nog steeds af of de man begrepen heeft dat vrijheid van meningsuiting inhoudt dat er ook andere meningen dan de jouwe gehoord en bediscussieerd kunnen worden, dat er persiflages een uiting zijn van meningsvrijheid en dat er ruimte is voor andersoortige grappen, spot en fictieve verhalen in dezelfde omgeving waar vrijheid van godsdienst mogelijk gemaakt is. Mohammed Rabbae hanteerde in die ruimte naar mijn idee een verkeerde schrille toon. Speelt hij geen aanklager, dan figureert hij wel als slachtoffer, al dan niet namens een grote groep gedepriveerden van wie best wat eigen verantwoordingszin kan worden verwacht.
Wellicht dat er door de jaren ruimte gekomen is om eens kritisch stil te staan bij deze en soortgelijke kritiek en bij het politiek functioneren van mensen als Mohammed Rabbae zonder dat zulks door middel van een Anne-Frank-strategie geridiculiseerd wordt tot polarisatie, xenofobie of racisme. Gelukkig voor de gepresenteerde ideologie van de multiculturele samenleving doen er ook andere mensen dan Mohammed Rabbae mee. Zij hebben natuurlijk een punt als ze waarschuwen tegen polarisatie, tegen discriminatie en tegen al te voorbarig afschrijven van een deel van de ingezetenen. Maar laat ik eens het manifest doorfietsen:
De producenten stellen dat de conflicten tussen bevolkingsgroepen te maken hebben met angst en onzekerheid. Op welke angst en onzekerheid wordt dan precies gedoeld? De secularisatie die al een eeuw haar beslag krijgt? Ontwikkeling van technologie dat al sinds de middeleeuwen politieke veranderingen mede bewerkte? Het licht dat er kwam op Oost-Duitse toestanden van een voorgeschreven politiek correcte mening na de val van de Berlijnse muur? De schrijvers blijven vaag maar mogelijk is dat dienstbaar om een gevoel van onbehagen op te kunnen roepen. Zou het niet gewoon zo kunnen zijn dat Nederlanders in de gaten kregen dat een dictatuur van politiek correctisme en verplichte bewieroking van islamisme op de deur klopt? Zou het kunnen dat een allergie voor de intolerante dwang van de gecensureerde benoeming van misstanden de kop op steekt? Of mag ik dat niet opperen?
Het stuk vervolgt met een vroeger was alles beter stukje dat een idee geeft over de gemiddelde leeftijd van de schrijvers. Zij waren volkomen vergeten dat er er vaker conflicten speelden binnen de Nederlandse samenleving. Eind jaren zestig manifesteerden studenten zich nadrukkelijk, in de jaren zeventig en tachtig was het de beurt aan de arbeiders en later de krakers om een traditie van conflicten levend te houden. Door het leven met conflicten leerden Nederlanders dat het beter was om zo nu en dan water bij een al te zure wijn te voegen dan de eigen zin nadrukkelijk door te drijven.
De schrijvers vervolgen met een opmaat naar hun evangelie, hun Utopia, de aanname van de ‘multiculturele’ samenleving die eigenlijk door iedereen verplicht erkend en beleden zou moeten worden. Zij verwarren echter de vigerende multi-etnische samenleving met Nederlands strafrecht, Nederlandse taal, West-Europese staatsinrichting en Nederlandse tradities als Koninginnedag, bevrijdingsdag, sinterklaas en ruimte voor andere meningen met die van een managersstaat waarin ieder in hokjes in ingedeeld waarop zij zelf het etiketje multicultureel plakten.
Het zou natuurlijk onleefbaar worden wanneer een daadwerkelijk multicultureel verhaal haar intrede zou gaan doen bij de inrichting van de maatschappij. Samenleven onder verschillende justituele mogelijkheden en beperkingen zet immers scheve gezichten, deelnemen aan het verkeer met verschillende verkeersregels voor verschillende ingezetenen veroorzaakt grote ongelukken. Zo’n maatschappij biedt geen samenleven maar een gesegmenteerd trachten uit elkaars weg te blijven. De geschiedenis van Joegoslavië sprak boekdelen over de afloop van een experiment dat die richting uitging.
De schrijvers trekken een Anne-Frank-strategie uit de kast door mensen, die aanspreekbaarheid en flexibele inpassing van ingezetenen nastreven, toe te schrijven dat zij assimilatie zouden voorstaan. Het doet me denken aan het typetje Rick uit de Young Ones die om het miste of geringste de gesprekspartner voor fascist uitmaakte omdat zijn beperkte wereldbeeld hem niet toeliet om in andere termen dan goed en fout te denken. Daarbij stond hij zelf natuurlijk aan de goede kant. Op soortgelijke wijze claimen de schrijvers van het pamflet hun vermeende morele gelijk door het sentiment te bespelen. Je zou dit propaganda kunnen noemen. Het verschilt nauwelijks van hetgeen hen niet bevalt in de retoriek van Geert Wilders.
In werkelijkheid wordt tegenwoordig van nieuwkomers en hun kroost evenals van andere ingezetenen gevraagd basisbeginselen van de democratie te accepteren als gelijke behandeling ongeacht sexe of sexuele voorkeur, vrijheid van meningsuiting en respect voor de rechtstaat. Sinds de dood van Fortuyn en van Gogh is het mogelijk geworden om feiten te kunnen benoemen die voorheen politiek correct in de doofpot werden gestopt terwijl degenen die deze feiten signaleerden voor verlate oorlogsmisdadigers, xenofoben, psychopaten of minderwaardige mensen werden uitgemaakt. Dit gold ook voor de minder geschoolde mensen die zich op hun manier uitten vanwege de nadelen die zij ondervonden van de meergelijke behandeling van een deel van de nieuwkomers als het ging om de koppeling tussen burgerrechten en burgerplichten.
Sinds er een extreem onaanspreekbare variant van godsdienstverdwazing zich manifesteerde waarin een groepje extremisten zich ter rechtvaardiging van hun terreur op islam beriepen, groeiden de lange tenen en het Slachtofferisme exponentieel. Dit bewerkte een wij-zij tweedeling. Niet in de minst omdat de mensen die kanttekeningen plaatsten bij het multiculturele evangelie tot racisten en populisten werden bestempeld en zij die opriepen tot het afwijzen van terreur als Islambashers werden afgeschilderd. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat bepaalde politieke stromingen baat hadden bij deze propagandaslag. Die zou hen immers verzekeren van een bevoogdbaar deel van het electoraat aan wie de nuance van het debat tot op heden nauwelijks besteed leek te zijn.
Geen verhelderend debat over diverse misstanden in de samenleving maar een propagandacircus van verkettering, beschimping en ridiculisering van wie trachtte multiculturele geloof en haar evangelisten van kanttekeningen te voorzien en een einde te maken aan vigerende meergelijke behandeling, regenteske stellingname en de daarbij horende doofpotcultuur. Een doofpotcultuur waarin geen aandacht besteed mag worden aan bestaand publiek geweld, getreiter en onaanspreekbaarheid van voornamelijk Marokkaanse jongens omdat dit stigmatiserend zou werken. Dit evangelie uit het manifest bewerkt in weerwil van haar pretenties juist een nieuwe verzuiling, in haar structurele pogingen om uitgeschoven lange tenen te ontwijken. Deze wegkijkstrategie gaat ten koste van respect voor de dienaren van de overheid die de democratie moeten beschermen en de Nederlandse wet dienen te handhaven.
Jongeren dienen natuurlijk hun opleidingen af te maken om zich kansen te scheppen op de arbeidsmarkt. Persoonlijke verantwoording begint voor iedere ingezetene vruchten af te werpen bij een onomwonden keuze voor de Nederlandse samenleving, het voegen naar de Nederlandse wet, het spreken van de Nederlandse taal en het onderschrijven van de Nederlandse grondwet. Het vervolgt met het zich aanspreekbaar opstellen voor een werkgever en het nemen van eigen verantwoordelijkheden zonder smoesjes, opdat het noodzakelijke vertrouwen kan worden bewerkt dat nodig is om een bedrijf te kunnen voeren en samen door één deur te kunnen.
Mensen komen er niet langer door bij de burgemeester op de thee te gaan en investeringen en rekeningen ten behoeve van het eigen maatschappelijk functioneren af en door te schuiven.